Integrale Inzetbaarheid draait niet alleen om de verzuimcijfers; "2025 laat geen crisis zien in aantallen, maar wel in complexiteit"
Integrale Inzetbaarheid draait niet alleen om de verzuimcijfers; "2025 laat geen crisis zien in aantallen, maar wel in complexiteit"
Denise Jongbloed | Adviseur Integrale Inzetbaarheid | De GRIB. Adviseur©

Bij De GRIB. Adviseur© kijken we verder dan cijfers en verzuim, maar juist die cijfers helpen wel om bewust te worden. Elke procent verzuim kost organisaties al snel tienduizenden euro’s per jaar. Invloed begint bij gedrag, gesprek en goede begeleiding | dáár ligt de winst.
2025 laat geen crisis zien in aantallen, maar wel in complexiteit.
Enkele harde cijfers, gebaseerd op wat in 2024–2025 is gepubliceerd en geduid door CBS, TNO, Vernet en grote arbodiensten.
- 50% van het verzuim duurt korter dan 1 week.
- 1 op de 3 ziekmeldingen heeft een psychische oorzaak. Slechts 40% daarvan ervaart écht goed contact met hun leidinggevende tijdens verzuim.
- 65% van langdurig verzuim begint met een onduidelijke of conflictgevoelige situatie. Eerste week van contact bepaalt de relatie tussen leidinggevende en medewerker voor de rest van het traject.
- 70% van de medewerkers kan met aanpassing of deeltijd eerder terugkeren. Werkhervatting binnen eigen organisatie vergroot de kans op duurzaam herstel met ruim 30%.
- Gemiddelde kosten van één verzuimdag, €400. Gemiddeld jaarverzuim in Nederland: 5,3% (CBS 2024). Bij 100 medewerkers kost 1% verzuim circa €92.000 per jaar.
Het jaar wordt weer bijna afgelopen, wat laten de actuele cijfers ons zien en hoe kunnen organisaties zich voorbereiden op 2026?
1. Het totale verzuimpercentage stabiliseert, maar op een hoog niveau; In 2025 is geen sprake van een sterke stijging of daling van het gemiddelde verzuimpercentage. Het niveau blijft vergelijkbaar met 2023–2024 en ligt structureel hoger dan vóór corona. Belangrijker dan het gemiddelde: De spreiding neemt toe. Sommige organisaties en teams laten daling zien, terwijl andere juist fors hoger zitten. Het gemiddelde maskeert grote verschillen.
2. Psychisch verzuim blijft de grootste groeicomponent; Psychisch gerelateerd verzuim blijft in 2025: de langstdurende verzuimsoort en verantwoordelijk voor een groot deel van de totale verzuimkosten Wat opvalt: minder korte, acute uitval meer langdurige trajecten met stress-, spannings- en aanpassingsklachten. De gemiddelde verzuimduur bij psychische klachten blijft hoog en daalt niet.
3. Verzuim is steeds minder medisch objectiveerbaar; In 2025 wordt opnieuw zichtbaar dat het grootste deel van het verzuim niet eenduidig medisch te verklaren is. Bedrijfsartsen en arbodiensten rapporteren vaker: klachten zonder duidelijke diagnose, beperkingen op basis van belastbaarheid en herstel en discussies over benutbare mogelijkheden. Dit leidt tot: langere trajecten, meer afstemming tussen werkgever, werknemer en arbodienst en complexere dossiers.
4. Langdurig verzuim bepaalt het cijfer, niet frequent verzuim; Het verzuimpercentage in 2025 wordt vooral gedreven door: een relatief kleine groep medewerkers met langdurige uitval. Frequent kort verzuim is niet de grootste oorzaak van kostenstijging. Het zijn juist de dossiers die langer dan 6–12 maanden lopen die het beeld bepalen.
5. Grote verschillen tussen sectoren én binnen organisaties; In 2025 blijven de verschillen tussen sectoren groot: zorg, onderwijs en industrie structureel hoger, zakelijke dienstverlening en ICT lager. Maar opvallender: verschillen binnen organisaties nemen toe. Teams met vergelijkbaar werk laten uiteenlopende verzuimcijfers zien. Dat wijst niet op werksoort, maar op: teamdynamiek, werkorganisatie, aansturing.
6. Roze verzuim krijgt meer aandacht, maar is niet zichtbaar in cijfers; Hoewel officiële verzuimcijfers stabiliseren, signaleren arbodiensten en werkgevers in 2025: meer verminderde productiviteit, meer “aanwezig maar niet inzetbaar”, meer hersteltekort. Dit presenteïsme is niet zichtbaar in CBS-cijfers, maar wordt in de praktijk als groeiend probleem ervaren.
Samenvattend beeld 2025
- Het verzuimpercentage stijgt niet explosief, maar blijft structureel hoog
- Psychisch en niet-medisch verzuim bepaalt het beeld
- Langdurige dossiers drukken het cijfer
- Verschillen tussen teams worden groter
- De cijfers zeggen minder dan de onderliggende patronen
Of kort:
2025 laat geen crisis zien in aantallen, maar wel in complexiteit.
Januari maakt zichtbaar wat zich al langer opbouwt. Niet als probleemmaand, maar als moment van reflectie. Wie verzuim uitsluitend bekijkt vanuit cijfers en meldingen, mist de signalen die eraan voorafgaan. Wie verder kijkt, ziet waar regie, herstel en verbinding onder druk staan.
Richting 2026 vraagt dat om een andere benadering. Minder reageren op uitval, meer aandacht voor wat eraan voorafgaat. Voor het dagelijkse gesprek, tijdige ondersteuning en het versterken van wat mensen helpt om inzetbaar te blijven.
Januari laat zien waar je staat. Wie die spiegel serieus neemt, kan vooruitkijken en vooruit handelen.
Denise Jongbloed | Adviseur Integrale Inzetbaarheid | De GRIB. Adviseur© | denise@degribadviseur.nl
Recent Posts








